';
|
Herkomst |
Deze varenachtige behoort tot de Pteridaceae familie. Ze komen oorspronkelijk van Zuidoost-Azië. Ze komen tegenwoordig in grote stukken van de wereld voor, in tropische en subtropische gebieden. Ze verkiezen stilstaan of traag stromend water in moerassen, vijvers of rijstvelden. |
|
Beschrijving |
Rozetplant met fijn verdeelde, gevederde bladeren, die allemaal verschillend van vorm kunnen zijn. Onder water (submers) heeft de plant hele fijne, bijna naaldachtige bladeren, boven water zijn de bladeren iets breder. Het is een ideale schuilplaats voor jonge en kleine visjes. |
|
Kleur |
De kleur van de bladeren varieert van meestal licht- tot heel soms donkergroen. |
|
Afmetingen |
De planten kunnen hoog (gemiddeld 30 tot maximaal 50cm) en breed uitgroeien. Onder water blijft de plant ook iets kleiner, dan boven water. |
|
Verzorging |
Het is een sterke plant, eenvoudig te houden, ook geschikt voor beginners met weinig tot geen ervaring. Vele soorten vissen eten graag van deze plant. |
|
Aquarium |
Het is een decoratieve plant die meestal in het midden of in de achtergrond van een aquarium wordt gezet. De plant groeit op hout, rotsen, achterwanden of andere poreuze materialen door ze er eerst op vast te binden of te lijmen, daarna zullen de wortels zich vasthechten. De plant kan ook als drijfplant gebruikt worden, door simpelweg de bladeren te laten drijven, waarna ze zo zullen aangroeien. Op die manier ideaal als schuilplaats voor kleine visjes of voor eitjes. |
|
Temperatuur |
Ergens tussen 18 en 30°C. |
|
Waterwaarden |
Ze stellen weinig eisen naar waterwaarden, een pH van 5 à 8 is goed. |
|
Lichtsterkte |
Een matige tot hoge lichtsterkte is nodig. |
|
Voeding |
Een algemene voeding voor aquariumplanten, eventueel met ijzer, zal de groei en kleur bevorderen. |
|
Vermeerderen |
Vermeerderen via sporen (omslachtig) of via uitlopers op de bladeren (meest eenvoudige en snelle methode). |